Sagen en legenden
De zotten van Teralfene
De bijnaam van de Teralfenaars is "de zotten van Teralfene". Toch mag men deze benaming niet pejoratief interpreteren, want hier betekent het niet "zwakzinnig", maar wel plezant, speels, grappig. Op de eerste zondag van september wordt "Kermis Teralfene" gevierd, ook de "Zotsfeesten" genoemd.
Zie ook "Kermissen en feestelijkheden".
Het rood mutsken
Een hoeve, "'t Hoeksken" genaamd, bestond een eeuw geleden nog in de gemeente. Hier woonde indertijd een godvrezende landbouwer. Bij een grote moeilijkheid beloofde hij, ingeval van lukken, aan de armen zoveel zakken graan te geven als een zak graankorrels bevat. Zijn moeilijkheden kwamen in orde en nu besefte hij zijn uitzinnige belofte, die hij onmogelijk met zijn middelen kon uitvoeren. Een tijd later stierf deze man met deze zware last op zijn geweten. De overleden vader verscheen nu echter aan zijn kinderen en verklaarde dat hij het Rijk der Hemelen niet kon binnentreden vooraleer z'n schuld gekweten was. Hij smeekte hen hem te redden, ook de kinderen konden de gedane belofte niet inwilligen. Voortdurend werden zij vervolgd door de akelige schim van de overledene, die zelfs overging tot het uiten van bedreigingen. Telkens wanneer de man verscheen, droeg hij een grote slaapmuts, vandaar de benaming "het rood mutsken". De kinderen hadden noch rust noch vrede. Uiteindelijk werd de hulp ingeroepen van de paters van de abdij Affligem. Het lukte hen de plagende geest te bezweren voor 99 jaar, en aldus was men voor gans de tijdspanne gevrijwaard van deze verschijning. Maar alle negenennegentig jaar huisde de geest in de hoeve 't Hoekske" en diende terug bezworen te worden. Het hoeveken werd inmiddels reeds afgebroken tot de grondvesten uit vrees voor de verschijning. Ouderlingen in de gemeente geloven echter dat 't Rood Mutsken binnenkort zal ronddolen, op de plaats waar eertijds de hofstede stond, want zijn 99 jaar is terug bijna verstreken.
Hoe is de Dender ontstaan?
De Dendervallei was vroeger doorsneden met poelen en moerassen en de Heer besloot een rivier te graven om het overtollige water af te leiden. Hij had reeds een ploeg vervaardigd, maar zocht vruchteloos naar een paard, dat hij later toch vond, maar het was een blind paard. Daarom kon men geen rechte voor rijden en zo vertoont de Dender op talrijke plaatsen bochten en krommingen.
Kleudden
Wie heeft er in West-Brabant van Kleudden nog niet gehoord? Wie heeft zijn boze streken en kwade grappen niet horen vertellen? Hij is bekend over de gehele strook land, die gaat van 't Walenland, tussen Dender en Dijle, naar het noorden over de Rupel, en zelfs tot boven Antwerpen. Nergens schijnt hij meer onder het volk te komen dan in West-Brabant. Het geloof aan Kleudden is bij onze eenvoudige buitenlieden nog diep ingeworteld en zij zullen u met afgrijzen nog enkele grappen over hem laten horen. Tussen de ruïnes van de oude abdij Affligem huist Kleudden en hij draagt een lange ketting. Vooral 's avonds en 's nachts maakt hij het de voorbijgangers moeilijk. Kleudden maakt het zich bovendien gemakkelijk en springt pardoes op hun rug en laat zich zo dragen. Het slachtoffer mag lopen of springen, maar Kleudden blijft rustig zitten en lost slechts zijn greep wanneer het terug dag wordt. Ook is bekend dat Kleudden niet over het kerkhof kan, want Kleudden blijft wachten tot de sukkel van 't kerkhof komt en dan zet de kwade geest zijn treiterij voort. Volgens de fans van kleudden kan deze geest verschillende gedaanten krijgen. Bekend zijn toneeltjes waarin Kleudden optreedt als: wezeltje, wolf, hond, wit konijntje, lief poesje, en zelfs onder de gedaante van een boom. Vooral nachtzitters en drinkebroers plagen is zijn specialiteit, zonder echter iemand te schaden. In de omstreken van Hekelgem hoort men soms iemand die zeer boos is nog de scheldnaam "Kleudden" gebruiken.
Weerkerende geest
Een jonge vrouw van Hekelgem kwam in het kraambed te sterven. De nacht nadien hoorde de bedroefde vader zijn pasgeboren kindje, dat in de kamer naast de zijne vertoefde, wenen. Plots scheen het hem of hij een zachte stem hoorde, precies alsof iemand het wichtje in slaap wiegde. De vader sprong op en keek door het sleutelgat. Tot zijn grote verbazing zag hij de overleden moeder zitten met haar kindje op haar schoot, zij overlaadde het met liefkozingen en voedde het. Wanneer het moederloos schepseltje terug ingeslapen was, legde zij het met alle omzichtigheid in het wiegje en verdween. Zes weken lang heeft aldus de moeder haar kindje de noodzakelijkste zorgen nog komen toedienen.
|