Home
Home

Affligem-Politiek : Adviesraden, bestuursraden en commissies : Adviesraden : Gemeentelijke raad voor ontwikkelingssamenwerking : Beleidsnota ontwikkelingssamenwerking


Beleidsnota ontwikkelingssamenwerking

BELEIDSNOTA ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Maak kennis met de GROS
Samenstelling
Statuten


1.  De actoren in het gemeentelijk beleid voor ontwikkelingssamenwerking
 
2. De acties voor de uitbouw van het lokaal beleid ontwikkelingssamenwerking

Affligem wenst een actief Noord-Zuidbeleid uit te bouwen dat verder gaat dan alleen maar een  financiële bijdrage geven aan de solidariteitsorganisaties

Een laagdrempelige aanpak via hun stad of gemeente kan meer mensen overtuigen van het nut en de noodzaak van een Noord-Zuidbeleid.

De beleidsnota vertaalt de visie, brengt alle inspanningen van bestuur en lokale verenigingen en organisaties in kaart en geeft de troeven, de zwakke punten én de kansen aan waarover de gemeente beschikt om het Noord-Zuidbeleid uit te bouwen. De beleidsnota formuleert de doelstellingen op korte en lange termijn.
Ze moet het resultaat zijn van een participatief proces met het college, de gemeenteraad en alle actoren in het Noord-Zuidbeleid.
Het is opportuun om de beleidsvisie en –doelstellingen in te schrijven in de millenniumdoelstellingen of linken te leggen. We pleiten ook voor een sterke band tussen het lokaal ontwikkelingsbeleid en duurzame ontwikkeling.

1. De actoren in het gemeentelijk beleid voor ontwikkelingssamenwerking

  1. Schepen voor Ontwikkelingssamenwerking
    Een schepen van Ontwikkelingssamenwerking is bevoegd voor de uitvoering en de evaluatie van het gemeentelijk beleidsplan voor Ontwikkelingssamenwerking.
    De schepen moet de voorwaarden scheppen om initiatieven te steunen en tegelijk de nodige aandacht besteden aan educatie en informatie.
    De bevoegde schepen moet over deze instrumenten beschikken:
    • een kwalitatief en onderbouwd beleidsplan;
    • een budget voor ontwikkelingssamenwerking;
    • een Noord-Zuid consulent of –dienst;
    • een gemeentelijke raad voor ontwikkelingssamenwerking
  2. Budget voor ontwikkelingssamenwerking
    Er is een algemeen aanvaarde internationale richtlijn om 0,7% van het Bruto Binnenlands Product aan ontwikkelingssamenwerking te spenderen. Ook de gemeenschappen, gewesten, gemeenten en provincies worden ertoe aangezet om 0,7% van de gewone begroting aan ontwikkelingssamenwerking te spenderen.
    De 0,7% van de begroting is een principebeslissing waarvan het gehele college moet worden overtuigd. De 0,7% is budgettair niet altijd onmiddellijk haalbaar, maar binnen een financiële meerjarenplanning kan ernaar gestreefd worden.
    Het voorstel is om te starten met een budget van 1€ /inwoner, dit betekent  € 12.000.
    Het geld moet transparant, efficiënt en effectief worden besteed. Niet altijd de kwantiteit is van belang, ook de kwaliteit.
  3. Een Noord-Zuid consulent of –dienst
    De taak van een ambtenaar of consulent beperkt zich niet tot administratieve ondersteuning. Hij is samen met de schepen de spil van het gemeentelijk ontwikkelingsbeleid. Hij werkt dus ook beleidsondersteunend en coördineert zowel de gemeentelijk initiatieven als samenwerkingsverbanden met lokale verenigingen.
    Voor kleinere gemeenten zoals Affligem kan deze consulent zijn/haar taak combineren met andere taken.
    Op termijn zou de louter administratieve ondersteuning moeten groeien naar een volwaardige Noord-Zuid consulent.
  4. GROS: Gemeentelijke Raad voor Ontwikkelingssamenwerking
    Het samenbrengen van organisaties en verenigingen die zich lokaal bezighouden met ontwikkelingssamenwerking is een belangrijke taak voor de lokale overheid. Deze taak kan toebedeeld worden aan een Gemeentelijke Raad voor Ontwikkelingssamenwerking of een andere werkgroep. Ongeveer de helft van de Vlaamse gemeenten beschikte in 2000 over een GROS
    • De Gemeentelijke Raad voor Ontwikkelingssamenwerking mag geen select clubje zijn, maar moet open staan voor meerdere groepen en individueel geïnteresseerden.
    • De raad kan bruggen bouwen met bv. vrouwen- of vakbewegingen.Vorming van de leden draagt bij tot de kwaliteit van de raad
    • De raad moet voldoende aandacht schenken aan het thema duurzaamheid.
    De taak van de GROS is drieledig:
    • forum voor overleg tussen de ngo’s en andere initiatieven inzake ontwikkelingssamenwerking
    • informatie en sensibilisatiekanaal om het draagvlak bij de bevolking te verbreden
    • adviesorgaan voor het gemeentebestuur
    Er moet gewerkt worden aan een goede samenwerking van de gemeente met lokale organisaties, verenigingen en particulieren binnen de Gemeentelijke Raad voor Ontwikkelingssamenwerking. Het ontwikkelingsbeleid komt tot stand samen met de GROS. Zij bevordert de samenwerking binnen de gemeente (met de diensten en andere adviesraden) en is de draaischijf van de gemeentelijke werking inzake ontwikkelingssamenwerking.

 

2. De acties voor de uitbouw van het lokaal beleid ontwikkelingssamenwerking

  1. Opvoeding  en sensibilisering
    Ontwikkelingsopvoeding en –sensibilisering wil mensen bewegen tot internationale solidariteit door hen kennis, inzicht én betrokkenheid (via o.m. informatie, contacten, ontmoetingen,…) bij te brengen over de leefsituatie in het Zuiden en de verhoudingen tussen Noord en Zuid. De solidariteit gaat verder dan een jaarlijkse donatie. Het gaat ook om bv. het bewust omgaan met water of het zelf deelnemen aan acties.
    Het komt er op aan de Noord-Zuidproblematiek dicht bij huis te brengen.
    Het onderwijs is een heel belangrijk kanaal. De GROS kan hier een centrale rol spelen. De gemeente treedt hier in de eerste plaats sturend en ondersteunend op, financieel of logistiek.
  2. Samenwerking, ondersteunen en bundelen
    In samenwerking met de gemeente kan de GROS een belangrijke rol spelen in het samenbrengen en coördineren van verschillende initiatieven
    Samenwerking van gemeentediensten kan ook een rol spelen in het lokaal ontwikkelingsbeleid. Zo is er een nauwe samenwerking vereist met de  aankoop/aanbestedingsdienst (duurzaam aankoopbeleid) (zie verder), met de jeugd- en cultuurdienst (educatieve activiteiten), met de informatie/communicatieambtenaar (opname Noord-Zuidinformatie in gemeentelijke infokanalen,…).
    Samenwerking kan ook met de provinciale diensten voor ontwikkelingssamenwerking.
    Tot slot kan ook samenwerking overwogen worden tussen gemeenten (bijv. TARL,…).
  3. Projectsteunverlening
    1. Directe steun van één of meerdere ontwikkelingsprojecten in het Zuiden. hetzij aan een zelf opgezet project of aan door de GROS geselecteerde projecten in het Zuiden waar de gemeente een band mee heeft (via inwoners die in het Zuiden als vrijwilliger werken (of gewerkt hebben).Deze projectsteunverlening is nadien ook te gebruiken voor sensibilisatie en educatie. Terugkoppeling is belangrijk door bv. een tentoonstelling, een dia-avond of een lessenpakket in de school met input van de lokale vereniging of de vrijwilligers die in het Zuiden werken. Een minimaal zicht op de efficiënte besteding van de financiële middelen (subsidiereglement) is nodig.
    2. Onrechtstreekse projectsteun. Via de GROS kan men projecten van ngo’s selecteren of nationale campagnes van bv. 11.11.11 of Broederlijk Delen steunen. Het voordeel is dat men zeker is van een grote deskundigheid bij ngo’s en er ook controle is op de besteding van de middelen door de overheid. Een concreet project selecteren dat men van nabij kan opvolgen en waarrond men acties kan opzetten, maakt de steun concreet en tastbaar.
  4. Stedenband
    De mogelijkheden tot het aangaan van een stedenband zullen onderzocht worden. We zijn realistisch genoeg om te weten dat dit een proces is dat moet groeien en dat dus niet onmiddellijk zal kunnen gerealiseerd worden.
  5. Noodhulp
    Rampen noodzaken vaak dringende hulpverlening. De gemeente, die toch het dichtst bij de bevolking staat, moet de golf van solidariteit opvangen en kanaliseren. De gemeente of de GROS kunnen de hulpacties coördineren.
    Voor het verlenen van financiële of logistieke hulp kan een (beperkt) budget voorzien worden op de begroting, als een signaal dat de gemeente aan de bevolking geeft.
    Omwille van efficiëntie, coördinatie en deskundigheid is het aangewezen dat gemeenten zich aansluiten bij (inter)nationale campagnes die gedragen worden door ngo’s die gespecialiseerd zijn in hulpverlening in rampgebieden.
  6. Duurzaam en eerlijk aankoop- en aanbestedingsbeleid
    Een duurzaam en eerlijk aankoop- en aanbestedingsbeleid vergt een geïntegreerde benadering van het Noord-Zuidthema. Allereerst is er de koppeling met een duurzaam milieubeleid. Maar ook andere beleidsdomeinen en diensten moeten rekening houden met een duurzaam en eerlijk aankoop- en aanbestedingsbeleid.
    Duurzaamheid gaat over sociale rechtvaardigheid, rechtvaardige handelsverhoudingen, een verbetering van de levenskwaliteit, respect voor de milieudraagkracht en actieve participatie van de bevolking.
    Eerlijk heeft betrekking op de toegang van producenten uit het Zuiden tot de wereldhandelsmarkt zodat ze via de handel werkgelegenheid en inkomen creëren, hun economische en sociale situatie verbeteren en het heft in eigen handen nemen.
    Fair Trade productie gaat uit van enkele voorwaarden m.n. een faire beloning voor gedane arbeid, naleving van mensenrechten, gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen, verbetering van de positie van minderheden, geen kinderarbeid en het duurzaam omgaan met het milieu.
    Voor een duurzaam en eerlijk aankoop- en aanbestedingsbeleid moet de gemeente een principiële beslissing nemen om systematisch voorrang te geven aan eerlijke en duurzame producten in hun aankoop- en aanbestedingsbeleid. Op deze wijze vervult de gemeente haar voorbeeldfunctie. Zij kan ook bedrijven en lokale horecazaken stimuleren om eerlijke en duurzame producten aan te kopen. Zo helpt men op een structurele en eerlijke wijze de armen in het Zuiden en is men zorgzaam voor het milieu. Affligem wil het label van Fair Trade gemeente behalen.
  7. Cultuuruitwisseling
    Ontmoeting, dialoog en uitwisseling met andere culturen zijn belangrijk voor hoe wij als mens in deze wereld staan. Zo leren we elkaar begrijpen en waarderen. Het creëert een openheid tegenover andere mensen, culturen en problemen in het Noorden en Zuiden.
    Ook hier is participatie van belang, zowel van de GROS, eventuele migranten gemeenschappen en mensen uit het Zuiden waarmee de gemeente een band heeft.
    Affligem wil in zijn Noord-Zuidbeleid aandacht hebben voor de culturele diversiteit zowel hier bij ons als in het Zuiden. Dialoog, ontmoeting en culturele uitwisseling vormen een belangrijk onderdeel van het educatie- en sensibilisatiebeleid dat moet leiden tot meer openheid voor andere culturen en internationale solidariteit.