Home
Home

Toerisme in Affligem : Abdij Affligem : Archeologische werkzaamheden


Archeologische werkzaamheden

 

ARCHEOLOGISCHE WERKZAAMHEDEN

Adresgegevens
Bezienswaardigheden in de abdij Affligem
Dagindeling van de Affligemse monnik
Korte historiek van de abdij Affligem
Liturgische activiteiten in de abdij Affligem

Het doel van de archeologische werkzaamheden was de oorsprong van de abdij te achterhalen en misschien de ontwikkeling van het gebouwencomplex te tekenen of ontcijferen. Het onderzoek beperkte zich tot een braakliggende weide op een steenworp van de buitenmuur van de abdijkerk. De AWA (Archeologische Werkgroep Affligem) startte zijn onderzoek in 1974. In juli 1976 verscheen een voorlopig verslag en later op het jaar Echo 1 onder de redactie van Frans Van Bellingen, leider van het onderzoeksteam, en onder het voorzitterschap van Flor De Smedt. Een vervolg daarop, Echo 2, verscheen in april 1979. Bij de opgravingen zorgde de afvalkuil voor: Verscheidene fraaie steengoed-kruiken en ander vaatwerk, zoals kookpotten, schalen en kommen. Uit de late Middeleeuwen vond men grijze en blauwgrijze keramiek. Vanaf de 13de eeuw komt ook rode of roodgebakken vaatwerk voor, die de grijze en blauwgrijze keramiek verdringt. Het steengoed is keramiek die gebakken is bij een temperatuur die het sinteringspunt van de klei bereikt. Het baksel wordt zeer hard en is niet poreus. Dit vindt men hoofdzakelijk in Rijnland in de omgeving van Siegburg (Duitsland) en in Nederlands-Limburg (Brunssum-Schinveld). Ook Aardenburg, Antwerpen, Bouffuoulx, Langerwehe, Andenne en Raeren leverden het aardewerk van Affligem.

Aardewerktegels: werden vaak bedekt met doorzichtig loodglazuur en waren meestal vierkantig (5 cm x 5 cm) en soms versierd (dieren, bloemen, geometrische figuren, kastelen). De aardewerk vloertegels komen in onze streken voor vanaf de tweede helft van de 13de eeuw (de tegels in Affligem horen grotendeels thuis in de 14de eeuw). Zuid-Nederlandse majolica, vooral albarelli/zalfpotjes. Ze zijn van eenvoudige makelij, sommige onversierd, andere voorzien van blauwe of gekleurde bandjes. Het roept een beeld op van een sobere levensstijl en geenszins een beeld van aanzienlijke rijkdom. De zalfpotjes behoorden ook niet tot de eerste kwaliteit. Er werd ook een apothekerspot gevonden die een voorraadpot is, waaruit de inhoud via kleinere zalfpotten bij de patiënt komt. Daaruit maken we een voorzichtige conclusie dat er in de abdij naast het ziekenzaaltje ook een aparte apotheek aanwezig was. De Affligemse zalfpotjes moeten als producten van de Zuid-Nederlandse majolica-industrie beschouwd worden, die in Antwerpen zijn voornaamste vestigingen had. Ze dateren van ca. 1540-1590. Ze laten dikwijls een geprononceerde insnoering zien van de voet waardoor het potje meer lijkt op een vaasje. Deze vaasvorm is minder opvallend bij Noord-Nederlandse stukken. De potjes zijn relatief breder, ook bij de lagere exemplaren. Er zijn ook tal van muntstukken gevonden waarvan Beda Regaus reeds melding maakte in zijn “Haffligemum Illustratum", die men vond bij de fundamenten van de nieuwe abdijgebouwen in 1770 (architect Dewez). De oudste gevonden penning is één van de oudst bestaande rekenpenningen die immers geen gangbare munt was, maar diende als hulpmiddel bij het maken van mathematische berekeningen (einde 13de eeuw). Ze werden ook wel banale penningen genoemd omdat men ze in linnen- en garenwinkels kon kopen en gebruiken terwijl officiële penningen uitgegeven en gebruikt werden door de administratieve overheid. Het werd stilaan gebruikt als "loodje" geslagen in niet edel metaal en gebruikt voor diverse doeleinden vb. aanwezigheidsbewijs. Een loden penning, niet geïdentificeerd. ¼ groot van Philips De Goede (1419-1467). Stuiver, Philips de Schone (1482-1506), Namen. Satenoord (1578-1581). Duit, Philips IV (1621-1665), Brabant.